Božena achterna - reizen: 1855 Slowakije

Dankzij financiële ondersteuning van graaf Hanuš Kolowrat-Krakovský kon Božena in 1855 tussen 1 september en 23 oktober een vierde reis naar Slowakije maken. In die tijd was ze al bekend door haar boek Babička. Ze reisde via Wenen, Ostriholm en Levice nogmaals naar Banská Štiavnica, Zvolen, Sliač, en Banská Bystrica.

 
Ze verbleef 2 weken in het kuuroord Sliač waar ze uitstapjes maakte in de omgeving zoals bijv. naar Zvolen.
De tijd dat ze in het kuuroord was, heeft ze ook aan het schrijven besteed. Ze maakte het concept voor Pohorská vesnica (het bergdorp), een geïdealiseerde roman over een harmonische samenleving van de verschillende standen, rijk en arm, aan het begin van de 19e eeuw in een dorp aan de voet van het gebergte. Rolmodel voor de figuur van de graaf was patriot en filantroop Hanuš Kolowrat-Krakovský (17941872), eigenaar van kasteel Březnice (regio Příbram).
Ook bewerkte ze het sprookje Sůl nad zlato (Zout is kostbaarder dan goud), dat door een dienstmeisje aan haar was verteld.

Ze maakte veel contact met de plaatselijke bevolking. Ze interesseerde zich in hun dagelijks leven en zorgen. Dat er cholera heerste weerhield haar niet. In Rybáry bezocht ze een zieke man en later was ze ook op zijn begrafenis. De gebruiken tijdens de plechtigheid publiceerde ze later in een artikel genaamd 'Beelden uit het Slowaakse leven' (Obrazy ze života slovenského).
https://zlatyfond.sme.sk/dielo/5006/Nemcova_Obrazy-ze-zivota-slovenskeho/1
Hierin schrijft ze ook over de vele minerale bronnen: zure, bittere, zoute en ook warme, waarin het water kookt door het vuur, zoals men zegt.
Na haar heilzame verblijf in Sliač begon ze aan een reis door Horehronie en Gemer. Hier was ze etnografisch materiaal aan het verzamelen.

Banská Bystrica was haar eerste stop. Ze was te gast bij de gouverneur Michal Rárus. Net in die tijd was Ján Francisi, een regeringsbeambte uit Debrecen, in Banská Bystrica met vakantie. Ze kreeg van hem een verzameling volkssprookjes aangeboden. Hijzelf had geen tijd om er verder mee bezig te zijn.

Haar volgende stop maakte ze in Brezno, waar ze de schrijver dr. Gustáv Kazimír Zechenter bezocht. Met hem heeft ze van alle Slowaken het meest gecorrespondeerd.
 
In Horná Lehota verbleef ze een week bij de pater en dichter Samo Chalupka. Van hem hoorde ze nog meer sprookjes. Dit verblijf vormt een belangrijke hoofdstuk in haar leven. Maar ook in die van Samo Chalupka en in de geschiedenis van de Slowaakse volksvertelling.

Alles wat Němcová in dit gebied leerde kennen bewerkte ze in 'Streken en bossen rondom Zvolen' (1859), Kraje a lesy ve Zvolensku https://zlatyfond.sme.sk/dielo/5005/Nemcova_Kraje-a-lesy-ve-Zvolensku/1

Als laatste doel van haar reis bezocht ze Gemer. Ze verbleef in Tisovec bij Juraj Daxner (oudere broer van Štefan Marko Daxner), in Píla en in Revúca. In Revúca hoopte ze de beloofde verzameling vertellingen van Reuss in ontvangst te nemen. Gustáv Reuss heeft het haar laten zien maar ze kreeg slechts een deel van de door zijn vader verzamelde bundel. Op de terugweg uit Revúca bezocht ze in Chyžné Samo Tomášik (van het lied Hej Slováci).

De Slowaakse sprookjes van Božena Němcová, Slovenské Pohádky a Pověsti, kan men vinden op de website https://zlatyfond.sme.sk/dielo/5043/Nemcova_Slovenske-pohadky-a-povesti-I/1 en
https://zlatyfond.sme.sk/dielo/5044/Nemcova_Slovenske-pohadky-a-povesti-II/1

Na terugkeer in Banská Bystrica was ze van plan om bij de burgervader Michal Rárus te verblijven en te schrijven maar de politie hield haar in de gaten en daarom besloot ze op 23 oktober om te vertrekken naar Praag.

Wat is er te zien

In Bacúch, het oudste dorp van Horehronie nabij Brezno, werd op 14 oktober 1962, ter gelegenheid van de 100ste verjaardag van de geboorte van de schrijfster, een minerale bron naar haar genoemd: de Božena Němcová-bron (PRAMEŇ B. NĚMCOVEJ, 635 m).


Adres: 976 64 Bacúch, Slowakije

> Sitemap [> Božena achterna]