Božena achterna - woonplaatsen: 1851-1962 Praha, Litomyšl

In Praag wonen Božena en de kinderen in U Geitlerů op de Václavské náměstí. Božena bezoekt vier maal (1851, 1852, 1853 en 1855) vaak met de kinderen, haar man in Hongarije resp. in Miskolc en Balassagyarmat. Božena verwerkt haar ervaringen in tal van artikelen en verhalen. Meer over de verschillende reizen in aparte hoofdstukjes.

In 1851 wordt in Moravské Noviny het verhaal Čertík en in de almanak Koleda haar verhaal Viktorka gepubliceerd. In de almanak Koleda van 1853 verschijnt haar verhaal Baruška.

In april 1853 wordt een onderzoek gestart naar de patriottische activiteiten van Josef Němec. Als gevolg daarvan mag hij Balassagyarmat niet verlaten en krijgt hij slechts de helft van het salaris.
Božena brengt tussen mei en oktober 1853 met haar twee jongste kinderen Dora (12) en Jaroslav (11), hun kindermeisje Marie Votová (en hun hond) opnieuw een bezoek aan Balassagyarmat. Doordat de post gecensureerd wordt, wordt het bericht uit Praag dat Hynek ernstig ziek is, zes weken opgehouden. Božena reist snel terug en komt in Praag aan op de 17e oktober. Op de 19e overlijdt Hynek, 15 jaar oud. Vrienden, leraren en medestudenten zorgen voor een mooie begrafenis.

Božena heeft in Praag een zware tijd, vaak slechte woonruimte en financiële problemen. Ze probeert met schrijven de kost te verdienen. Ze verhuist nog een aantal keren, vanaf half oktober 1853 woont Božena op Ječná 516 en hier schrijft ze in de winter van 1853/1854 het grootste deel van Babička. In 1854 schrijft ze voor de almanak Lada-Nióla Sestry.
Božena beschreef haar reiservaringen in het artikel Zpomínky z cesty po Uhřích (Herinneringen van de reis naar Uher) dat in 1854 werd gepubliceerd in het tijdschrift Lumír.

Van oktober 1854 tot oktober 1855 woont zij Pod Emauzy - Vyšehradská 45/1378. Daar wordt Babička voltooid. Voor de almanak Poutník z Prahy van 1855 schrijft ze het verhaal Pomněnka šlechetné duše (Rozárka) en Karla (in de bundel Perly české, 1855).
In februari 1855 is het Josef Němec toegestaan naar Praag terug te keren. Door zijn hulp bij het organiseren van de begrafenis van Karel Havlíček Borovský in 1856 werd hij wegens "een gebrek aan discipline" tot 8 dagen celstraf veroordeeld en kreeg hij daarna slechte werkplekken in verschillende plaatsen. Pas in 1860 krijgt hij een plaats bij de administratie van Národní listy in Praag.

In 1856 verscheen Divá Bára, in de kalender Česká pokladnice (1856). Ze bewerkte het sprookje Sol nad zlato (Zout is kostbaarder dan goud). Ook maakte ze het concept voor Pohorská vesnice (Het bergdorp) dat in 1856 werd uitgegeven.
Haar artikelen Obrazy ze života slovenského (Beelden uit het Slowaakse leven), werden uitgegeven in 1857.
Indrukken over haar verblijf in Ďarmoty en omgeving staan beschreven in het artikel Uherské město (Hongaarse stad) (Ďarmoty), gepubliceerd in het blad Časopis Musea království Českého (Tijdschrift van het Museum van het Tsjechische koninkrijk, 1858).
Het verhaal Chyže pod horami verscheen in 1858 in de almanak Máj.
Etnografische artikelen Kraje a lesy ve Zvolensku (Streken en bossen rondom Zvolen), gepubliceerd in 1859.
Slovenské pohádky a pověsti (Slowaakse sprookjes en legenden), werden uitgegeven in 1857-1858.
Dobrý člověk en Pan učitel verschenen in de Kalendář Učitelský 1860 (Pedagogisch kalender).

Uitgever Antonín Augusta uit Litomyšl stelde haar in de zomer van 1861 voor om haar verzameld werk uit te geven, Babička zou de eerste uitgave zijn. Ze arriveerde daar op 13 september.
Antonín Augusta zorgde wel voor een goed onderdak voor Božena in het hotel U modré hvězdy, Smetanovo náměstí 81/8, maar gaf haar heel weinig geld om van te leven. Božena was toen al ernstig ziek en door haar zwakke gezondheid lukte het werk maar nauwelijks.

Op 28 november 1861 kwam Josef Němec naar Litomyšl om haar mee te nemen naar Praag. Ze woonden daar Na Přikopě nr. 14/854, in het huis U tří lip (In de drie linden). Daar overleed ze op 21 januari 1862. Ze is onder overweldigende belangstelling begraven op de begraafplaats Vyšehrad.


Wat is er te zien?

Praag
Op de gevel van Ječná 516 waar Božena het eerste deel van Babička schreef, is in 1954 een plaquette van beeldhouwster Eva Springerová aangebracht.
 

 
Božena voltooide Babička toen ze van oktober 1854 tot oktober 1855 aan de voet van het Emmausklooster: Pod Emauzy, Vyšehradská 45/1378 woonde.
 
Op de hoek van Panská en Na Příkopě 14 staat nu een modern bankgebouw van de ČSOB met daarop een plaquette van Bedřich Neužil uit 1933.
 

 


Litomyšl

Het hotel U modré hvězdy, Smetanovo náměstí 81/8 bestaat niet meer. Hier werd in de jaren 30 het Zlatá hvězda hotel gebouwd waar nu een plaquette hangt:
 

 

Praag, Vyšehradský hřbitov

Op de begraafplaats Vyšehrad, nabij de Peter en Paulkerk, liggen vele mensen begraven die een rol spelen in de nationale bewustwording en het tot stand komen van een eigen nationaliteit.
Het graf van Božena Němcová bevindt zich in vak 365. Aan het monument hebben diverse kunstenaars meegewerkt. Het geheel is een ontwerp van Josef Václav Myslbek, de obelisk met haar portret is van Václav Jan Seidan en de belettering van Josef Mánes. Het reliŽf met een fragment uit Babička is van de hand van Tomáš Seidan.

Ook drie van Boženaís kinderen: Jaroslav († 1898), Karel († 1901) en Dora († 1920) liggen hier begraven.
Op Vyšehrad liggen meer personen begraven die met het leven van Božena Němcová verbonden zijn geweest.

> Sitemap [> Božena achterna]