Božena achterna - woonplaatsen: 1820–1837 Ratibořice, Chvalkovice

1820

Božena Němcová werd op 4 februari 1820 als Barbora Novotná in de Alservorstadt nr. 206 in Wenen geboren. Haar ongehuwde moeder Tereza Novotná werkte daar. Op 7 augustus, na het huwelijk van haar ouders in Česká Skalice, ze heet nu Barbora (Barunka) Pankl, verhuisde ze met haar ouders naar het landgoed Ratibořice dat gelegen is in Oost Bohemen, in de vallei van de Úpa, in het heuvellandschap aan de voet van het Reuzengebergte.

Wat is er te zien?

Het landgoed was eigendom van hertogin Kateřina Zahaň (†1839), een mooie, rijke en intelligente vrouw die zich omringde met kunstenaars, filosofen en politici. Barunka's beide ouders waren in dienst van de hertogin.

Het hedendaagse uiterlijk van het kasteel stamt uit het begin van de 18e eeuw, toen Lorenzo Piccolomini een barok kasteeltje liet bouwen in de stijl van Italiaanse villa's. Hertogin Kateřina Zahaň liet in de jaren 1825–1826 het kasteel in de empirestijl verbouwen en werd er een landschapstuin aangelegd. Na een vrij recente restauratie is het kasteel opengesteld en kan men onder meer de kamer bezoeken waarover in Babička beschreven wordt hoe de hertogin de grootmoeder en de kinderen ontvangen heeft. Bijzonder ongewoon, vond ook het personeel, het kwam nooit voor dat het 'gewone volk' met zoveel égards ontvangen werd.


1824

Toen Barunka oud genoeg was ging ze dagelijks te voet naar de dorpsschool in Česká Skalice die op 5 km afstand lag. Ze hield ervan om door de bossen en de weiden te lopen en was een levenslustig en nieuwsgierig kind. Ze bezocht het oude schooltje in de Kostelní ulice (nu Ulice Boženy Němcové) en zat van 1824-1826 in de klas bij hulponderwijzer Antonín Purm.
Daarna kwam ze twee jaar in de klas bij Jan Smetana (1807–1876), een neef van Bedřich en een fervent patriot. Smetana speelde viool en organiseerde het muzikale leven in het dal van de Úpa. Hij muntte uit in kennis van de geschiedenis. Daarna kwam ze in de klas van Viktorin Kejzlar (Geisler) (1769-1837). Ook hij was een goede muzikant.

Wat is er te zien?

Straat Boženy Němcové nr. 9

In en om de vroegere woning van de onderwijzer is nu een museum waar men een klaslokaal vindt zoals dat door Božena beschreven is in haar kort verhaal Pan učitel (de onderwijzer).
>  In de vitrine vindt men het Gouden Boek waarin Viktorin Kejzlar in 1829 Barbara Pankl inschreef als een voorbeeldige leerling.
<  Op het oude houten gedeelte bevindt zich de bronzen plaquette uit 1919 van Quido Kocián (1874, Ústí nad Orlicí - 1928, Hořice)

1825

Om te helpen in het inmiddels drukke gezin kwam in de lente van 1825 grootmoeder Magdalena Novotná over uit Wenen; zij sprak Tsjechisch en vertelde de kinderen over de Tsjechische legenden zoals over Libuše. Na vijf jaar keerde ze terug naar Wenen. Grootmoeder Novotná had grote invloed op Barunka en de herinneringen uit haar jeugd zouden Barunka (die zich later Božena ging noemen) later inspireren tot het schrijven van Babička dat in 1855 verscheen. Het boek vertelt over een grootmoeder die bij het gezin van haar dochter op het landgoed gaat wonen en schetst het leven in en rond het landgoed. Het gaat over de dagelijkse gewoonten in het gezin, de rol van de grootmoeder die veel met haar kleinkinderen optrekt, de wandelingen en het verzamelen van kruiden; over de kooplui die af en toe langs komen met hun verhalen, over de bezoeken aan de boswachter en het kasteel; over de festiviteiten en tradities maar ook over het tragische leven van het dorpsmeisje Viktorka.

Wat is er te zien?

Er is in het Grootmoederdal een educatief pad uitgezet met 24 stopplaatsen langs de plaatsen en gebouwen die sommigen al uit het boek kennen zoals de stuw in de Úpa waar een droevige Viktorka haar slaapliedje pleegde te zingen. De stuw was vroeger van hout maar is in de jaren vijftig van de vorige eeuw vernieuwd in het kader van het aanpassen van de rivierloop.




Opvallend is ook het beeld van Otto Guttfreund (1889-1927) van de Grootmoeder en haar kleinkinderen Barunka, Jan, Vilém en Adélka (bij nr.4).
De eerste steen voor dit monument werd in 1920 gelegd ter gelegenheid van de 100e geboortedag van Božena Němcová en twee jaar later werd het beeld feestelijk onthuld.
Tegenover de sculptuur staat de vroegere herberg (Panská Hospoda) (7) die werd geleid door de František Celba, de vader van Kristla, een vriendin van Barunka. De molen (5) was eigendom van Antonín Ruder, de vader van Mančinka, Barunka’s oudste vriendin. Ook hij komt voor in Babička.

Bij de kruising naar Zlíč vindt men een monument van de beeldhouwer František Veis uit Hořice, in 1912 gemaakt in opdracht van fabrieksdirecteur Morávek ter herdenking van de overwinning van de Balkan Slaven op de Turken (Eerste Servische opstand in 1812?). Het beeld stond eerst in de tuin van de fabriek maar kreeg later een plaats voor de school van Zlíč. In 1975 werd het beeld gerestaureerd en kreeg het zijn huidige plek.

1830

Barbara Panklová ging in augustus 1830 voor drie jaar wonen in het gezin van rentmeester August Hoch van het familiekasteel van Kateřina Zahaň in Chvalkovice, op ongeveer een uur afstand van Ratibořice.
Hierdoor raakte ze vertrouwd met andere kringen in de samenleving. Barunka leerde er koken; ze mag gebruik maken van de Duitstalige bibliotheek van het kasteel waardoor ze kennis maakte met de Duitse literatuur. Deze periode is van grote invloed op haar latere leven als schrijfster. In het huis van onderwijzer Purm (die ze al kende uit Česká Skalice) leerde ze op de piano spelen en zingen en van zijn vrouw handwerken.

Wat is er te zien?

Bij het zwembad van Chvalkovice is ter herdenking van de 100e sterfdag in juli 1962 een bronzen buste van de jonge Božena Němcová gemaakt door Františka Stupecká geplaatst.


> Sitemap [> Božena achterna]