Het boek: hoofdstuk V

Ens per drie weken gaat Babička garen spinnen bij de boswachter. Soms nemen ze dan een andere weg, langs de rivier en de rune van de schaapherder Ctibor die tot ridder geslagen werd. Op een dag ontmoeten ze de hertogin, Barunka geeft haar de aardbeien die ze zojuist verzameld hebben.
Babička vertelt dat ze die zelf niet meer eet omdat ze een kind verloren heeft:
"Wanneer men een kind verloren heeft moet men tot de eerstvolgende St. Jansdag geen aardbeien en kleine kersen eten. Op de dag van St. Jan gaat de maagd Maria namelijk door de hemel en verdeelt fruit onder de kinderen. Een kind waarvan de moeder het fruit wl gegeten heeft wordt overgeslagen. Maria zegt: Er is voor jou niets over gebleven. Je moeder heeft alles opgegeten."
Daarom eten moeders geen aardbeien en kersen; en wanneer ze dat eenmaal tot St. Jan hebben volgehouden, eten ze het daarna ook niet meer.
Babička en de kinderen worden de volgende dag op het slot uitgenodigd om het mandje terug te brengen.
Na deze ontmoeting gaan ze verder naar de boswachter waar hen een uitgebreide maaltijd wacht. Alle nieuwtjes worden uitgewisseld en dan steekt de boswachter zijn pijp op en vertelt de droevige geschiedenis van Viktorka.

> Sitemap [> "Babička"]