Het boek: hoofdstuk III

Dit hoofdstuk gaat over de ligging van het landgoed, over de molenbeek waar de was gedaan wordt en over de mensen die regelmatig langs lopen zoals bijv. de boswachter die alijd grapjes heeft en bijv. de jongens vraagt hoe lang de dertigjarige oorlog geduurd heeft of die hen een snuifje tabak aanbood waarvan ze verschrikkelijk moesten niezen.
Daar was ook de lange Mozes die eruit zag als een bonestaak, hij had een lege zak over de schouder (voor stoute kinderen, zei de meid) en allerlei kooplui zoals Vlach die rozijnen, vijgen e.d. meebracht; ook kwam de familie Beyer uit het Reuzengebergte die bergkristallen meebrachten.
Babička had het niet op de zigeuner. Als ze hem zag liep ze snel naar buiten, gaf hem daar wat te eten en zorgde ervoor dat er iemand mee liep tot de volgende kruising.
 
Hoofdstuk IV

De zondag kent andere rituelen dan de doordeweekse dagen. Babička gaat dan in haar mooiste zondagse kledij naar de vroegmis, de kinderen kwamen haar dan vaak tegemoet als ze weer op weg naar huis was. 's middags brachten ze een bezoek aan de molenaarsfamilie, ze kregen daar thee en allerlei lekkere dingen en er werden verhalen verteld zoals bijv. hoe babička aan de taler van Keizer Franz Joseph gekomen was.

> Sitemap [> "Babička"]