Het boek: hoofdstuk II

Babička heeft vaste gewoonten: ze staat om 4 uur op, slaat een kruisje, besproeit zich met een paar druppels wijwater en gaat dan een uurtje spinnen. Vervolgens gaat ze de dieren voederen: die weten dat en komen enthousiast naar buiten.
 
Dan is het tijd om de meid te wekken; om zes uur is het dan de beurt van Barunka om op te staan; als die is aangekleed komen de jongens uit bed.
's Zomers, vr het St.Jansfeest (24 juni), gingen ze dan kruiden verzamelen die Babička ophangt om te drogen. Soms kwamen ze dan Viktorka tegen, een verwilderd wezen met verwarde zwarte haren en ogen als gloeiende kolen die nooit wat zei maar altijd bloemen bij zich had die ze aan de kinderen gaf.
En maal per jaar kwam het kruidenvrouwtje uit het Reuzengebergte geneeskrachtige kruiden brengen, ze bleef dan een nacht slapen en vertelde s avonds verhalen over de reus Krkono en zijn prinsesje Kačenka. De kinderen kregen een zakje nieswortelpoeder. Elk jaar hetzelfde ritueel.

> Sitemap [> "Babička"]